Waaraan kun je een ziek konijn herkennen?

Een konijn is een prooidier, en prooidieren geven nauwelijks aan of ze pijn hebben of ziek zijn.

Punten waaraan je kan zien of een konijn ziek is:
- Je konijn eet niet of nauwelijks
- Je konijn zit heel stil in een hoekje, niet reageren. (terwijl het eerst heel nieuwsgierig en opgewekt was)
- Zwaar ademen, of een piepende adem.
- Met het kopje achterover zitten (tekenen van benauwdheid)
- Het hoofdje heel erg scheef houden.
- Staande oren laten hangen, en hangende oren van het hoofd of achterwaarts houden.
- Steeds met het kopje schudden, zonder dat het vrolijkheid is.
- Vaak aan een oor krabben.
- Omrollen bij het zich wassen

Als je konijn binnen 24 uur niets tot nauwelijks heeft gegeten moet je direct naar de dierenarts gaan.

Punten waaraan je kan zien of een konijn pijn heeft:
- Een rare gebogen zithouding.
- Niet tot nauwelijks willen bewegen.
- Trillen/beven (het konijn kan ook gestrest zijn.)
- Hyperventileren/hijgen
- Kreupel lopen
- Tandenknarsen
- Zich verstoppen (als het konijn dat eerder nooit deed)
- Grommen of gillen bij: lopen, plassen, poepen, of oppakken.
- Smerige vacht, omdat het dier zich niet meer wast.
- Voedsel uit de mond laten vallen.

Meer informatie over ziektes en symptomen: http://www.konijnen.nl/ziekten/symptomen.htm

Veel voorkomende afwijkingen

Olifantsgebit

Bij konijnen komen regelmatig gebitsproblemen voor. De tanden van een konijn groeien ongeveer 16 cm per jaar. Normaal gesproken slijten ze ook 16 cm per jaar, dus dan is er geen enkel probleem. Maar soms gaat het fout. De hoofdoorzaak van het doorgroeien van de tanden is erfelijk. Is de stand van het gebit niet correct (deze stand is erfelijk bepaald) dan heeft het konijn een probleem. Een andere oorzaak kan een valpartij zijn, waarbij de kaak verkeerd komt te staan en een verkeerde slijtage van het gebit ontstaat. Maar ook het geven van onjuiste voeding kan ervoor zorgen dat tanden en kiezen doorgroeien. Is de stand van het gebit niet goed, dan kunnen de tanden doorgroeien, we noemen dit een olifantsgebit. Bij olifantstanden groeien de ondertanden naar buiten, in de richting van de neus. De boventanden groeien met een bocht de bek weer in. De stifttanden gaan dezelfde weg. Het gevolg is dat het dier wondjes krijgt in de bek, aan de lippen en de tong.
Dit kan verholpen worden door maandelijks naar de dierenarts te gaan om de tanden te laten knippen.

Klemgebit
Het komt voor dat de onder- en boventanden precies op elkaar staan, dit wordt door fokkers vaak een klemgebit genoemd. In de praktijk blijkt dat dieren met een klemgebit hier weinig last van hebben, de snijtanden slijten recht af, de stifttanden worden vaak wel iets langer dan normaal maar veroorzaken geen problemen. Dit probleem kan bij alle konijnen voorkomen, maar in de praktijk blijkt dat meestal de dwergkonijnen en de hangoorkonijnen hier last van hebben. Dat is logisch omdat deze dieren gefokt worden met vrij platte koppen, dus de bovenkaak wordt ook korter.

Entro – ectropion
Entropion is een afwijking waarbij de oogleden naar binnen omkrullen. Het gevolg hiervan is dat de haren die op de buitenkant van de oogleden liggen nu in de oogbol irriteren. In ernstige gevallen kan dit tot perforatie van de oogbal en blijvende blindheid leiden. Meestal is de oorzaak een “aanlegfoutje”, de oogleden zijn niet helemaal normaal gevormd. Deze vorm is aangeboren en heeft vaak al op jonge leeftijd klachten. Dit is in veel gevallen een erfelijk probleem, in de fokkerij moet hiermee rekening gehouden worden. Een andere vorm ontstaat na langdurige, onbehandelde ontstekingen van het oog. Door het voortdurend dichtknijpen van het oog kan ook entropion ontstaan. Deze vorm verdwijnt niet altijd als de ontsteking genezen is. Bij ectropion staan de oogleden te ver naar buiten en kan er veel vuil in het oog komen.

You are viewing the text version of this site.

To view the full version please install the Adobe Flash Player and ensure your web browser has JavaScript enabled.

Need help? check the requirements page.


Get Flash Player